Wat is een 'flare' en hoe tim je deze perfect?
Een perfecte flare voelt als magie. Je zweeft net boven de grond, trekt rustig aan je lijnen en je voelt hoe je snelheid langzaam verdwijnt.
Je hangt stil, je gewicht zakt onder je en je voeten raken de grond alsof je een kat bent die op z'n pootjes landt.
Geen gehobbel, geen gestuiter, geen gevaarlijke duik naar voren. Het is het allerbelangrijkste onderdeel van je landing, en het verschil tussen een vlieger die veilig naar huis gaat en iemand die met een ambulance achterna wordt gereden. Laten we niet flauw doen; een goede flare maakt of breekt je vliegdag.
En het goede nieuws? Het is een vaardigheid die je kunt leren, tot in de puntjes kunt perfectioneren en die je elke vlucht weer een stapje beter maakt.
Wat je nodig hebt voordat je überhaupt denkt aan flaren
Voordat je met de fijnere kneepjes van het landen begint, moeten de basisdingen op orde zijn. Je kunt geen hogere wiskunde bedrijven als je nog niet kunt tellen.
Dit zijn de onzichtbare randvoorwaarden die je nodig hebt voor een succesvolle flare. Zonder deze basis is het vragen om moeilijkheden.
- Een stabiele vlucht: Je moet je paramotor in een gelijke, stabiele vlucht kunnen houden. Je snelheid is constant, je trim staat goed en je hangt ontspannen in je harnas. Als je aan het rommelen bent boven de piste, is flaren nog niet aan de orde.
- Goed zicht: Zorg dat je geen last hebt van de zon in je rug of andere afleiding. Je moet de grond scherp en in 3D kunnen inschatten. Je ogen zijn je landingshoogtemeter.
- Een veilige landingsplek: Oefen alleen op een grote, open veld van minimaal 100x100 meter, zonder obstakels, draden of diepe gaten. Windstil of lichte wind tegen je hoofd. Geen publiek of dieren in de buurt.
- Je eigen materiaal: Gebruik je eigen vleugel en motor. Elke vleugel reageert net iets anders. Je moet vertrouwd zijn met hoe jouw setup aanvoelt. Ken de handleiding van je wing, bijvoorbeeld van merken als Dudek of Ozone.
- Een ervaren instructeur: De eerste tientallen landingen doe je het beste met iemand die met je mee kijkt. Een onpartijdige blik ziet dingen die jij in het moment niet voelt.
De vier fasen van de perfecte flare
De flare is geen simpele beweging; het is een vloeiend proces dat je opbouwt. We verdelen het in vier fases.
Elke fase heeft zijn eigen timing en kracht. Oefen deze fasen los, en dan langzaam aan elkaar.
Fase 1: De initiëring (tot 1 meter boven de grond)
Denk aan een trein die langzaam remt tot hij compleet stil staat. Je bent in je landingstoeslag. Je vliegt nog met een kilometer of 10-15 over de grond.
De boomtoppen zijn net voorbij, de grond glijdt onder je door. Je bent er bijna.
Dit is het moment van anticiperen. Je moet de flare starten voordat je de grond raakt, niet erna. De meeste beginners wachten te lang. Je begint de flare zodra je voelt dat je 'over de drempel' bent.
Visueel: je bent ongeveer 1 tot 2 meter boven de grond. Je armen bewegen langzaam en soepel naar beneden.
Dit is geen ruk, maar een geleidelijke beweging. Je trekt ongeveer 10% van je lijnen in. Je voelt de wing al lichtjes afremmen en je lichaamsgewicht verplaatst zich iets meer onder de wing.
- Timing: Start op 1-2 meter boven de grond.
- Kracht: Zachtjes, alsof je een boek openslaat.
- Fout: Wachten tot je de grond bijna raakt en dan paniekerig een 'flap' maken.
Fase 2: De opbouw (tot 30 cm boven de grond)
De timing is hier cruciaal. Te vroeg en je stijgt weer; te laat en je raakt de grond met te veel snelheid.
Je bent nu in de 'actieve' fase. De grond komt snel op je af. Je zit nu in de tweede versnelling van je flare.
De snelheid neemt af, je gewicht voelt lichter. Je armen zakken verder door tot ze bijna gestrekt zijn.
Je bent nu op het punt dat je ongeveer 50% van je lijnen hebt ingetrokken.
De wing zit nu in een lichte angle of attack, hij wil liften. Je lichaam voelt nu alsof je aan een parachute hangt in plaats van te vliegen. De wind voelt anders.
Je hoort het geluid van de wing veranderen; het hoge geraas wordt een dieper geluid. Dit is het geluid van lift.
- Positie: Je armen zijn voor 50-70% uitgestrekt naar beneden.
- Gevoel: Je voelt je lichter, je benen worden slapper.
- Fout: Je armen te snel volledig naar beneden trekken, waardoor de wing stopt en achter je valt (de 'parachute landing fall').
Fase 3: De lift-off (tot 0 cm boven de grond)
Je bent nu aan het 'uitrijden'. Je gewicht zakt duidelijk onder de wing. Je bent nog steeds in beweging naar voren, maar je snelheid neemt hard af. Dit is het moment suprême.
Je zit op 30 cm boven de grond. Je armen zijn nu bijna volledig gestrekt.
Je trekt nu de laatste beetjes kracht. Je handen gaan naar je heupen of net eronder. De wing hangt nu boven je als een parachute.
Je bent nu zo traag dat je bijna stil hangt. Je voelt je volle gewicht in je harnas.
Je voeten hangen nu ontspannen. De grond is er. Je moet nu de laatste beweging maken om de wing net dat laatste zetje lift te geven.
Dit is de 'finishing touch'. Een klein, strak trekje.
- Actie: Laatste trekje, handen eindigen op heuphoogte.
- Timing: Deze beweging duurt ongeveer 0.5 seconden.
- Fout: Doortrekken tot je handen op je schouders rusten. Hiermee trek je de wing te ver naar beneden en verlies je de lift.
Fase 4: De landing (de grond raakt)
Net genoeg om je gewicht volledig te neutraliseren. De wing moet nu perfect boven je hangen op het moment dat je voeten de grond raken.
De timing is nu in milliseconden. Op het moment dat je voeten de grond raken, ben je 'klaar'. Je armen zijn gestrekt of net ingetrokken tot je heupen.
Je gewicht is opgevangen door de lijnen en de wing. Je staat nu. Je voelt geen klap, maar een zachte afdaling.
De wing hangt nog boven je, vol met lucht. Je bent 'down and safe'. De werkzaamheden zijn nu voorbij. Je hoeft niets meer te doen.
Laat de lijnen los (of hou ze vast, afhankelijk van je landingsstijl).
De wing mag nu rustig inklappen. De meeste vliegers lopen nu een stukje mee om de wing leeg te laten lopen. Blijf rechtop staan. Kijk vooruit. Adem uit. Je hebt zojuist een perfecte flare gemaakt.
- Stand: Benen licht gebogen, opvangen van de landing.
- Wing: Moet boven je blijven hangen, niet voor je neus op de grond slaan.
- Fout: Na de landing direct naar voren duiken om de wing te vangen. Blijf staan!
Het oefenen van de timing: jouw trainingsplan
Theorie is leuk, maar je leert pas echt door te doen. Begin op de grond.
Ga staan met je helm en je harnas (zonder motor). Houd je lijnen vast. Oefen de beweging.
Voel hoe je armen bewegen. Je mag geen spierpijn krijgen van het trekken; het is een soepele beweging. Oefen dit 10 tot 15 keer. Voel de timing.
Tel in je hoofd: "Een, twee, drie... nu." De volgende stap is het 'groundhandling'.
Dit is het sleutelen aan de grond. Ga staan met je motor uit (of aan, maar op stationair toerental). Onder een lichte bries, oefen je het 'aanzetten' van de wing. Je rent een stukje en remt af.
Je oefent het gevoel van snelheid verliezen. Je leert je wing kennen.
Hoe reageert ie als je 50% trekt? En bij 80%? Dit is gratis en voor niks de beste training die je kunt krijgen. De echte oefeningen beginnen bij de lage landingen.
Vlieg een paar rondjes laag over het veld (niet lager dan 5 meter!). Oefen de timing van de flare bij elke doorkomst, maar raak de grond nog niet.
Je oefent de 'near-miss'. Je vliegt laag, je zet de flare in, je voelt de lift, en je trekt weer door om op te stijgen. Dit bouwt spiergeheugen op zonder het risico van een harde landing.
Doe dit minimaal 10 tot 20 vluchten voordat je echt gaat landen. Als je dan echt gaat landen, begin dan met een 'tandem flare'.
Dat is een flare die niet de bedoeling heeft om te landen, maar om je snelheid te halveren vlak boven de grond.
Je raakt bijna de grond, maar trekt dan weer door. Dit geeft je het vertrouwen dat je wing echt kan liften. Vanuit daar bouw je de timing op tot de echte landing. De eerste landingen zullen waarschijnlijk te vroeg of te laat zijn. Schrijf ze op. Voel ze. Pas aan.
De meest gemaakte fouten (en hoe je ze oplost)
Elke beginner maakt dezelfde fouten. Herken ze bij jezelf en corrigeer direct. Dit is je checklist voor onderweg.
1. De te vroege flare
Je trekt te hard en te vroeg.
Je stijgt weer op, of je wing valt stil achter je. De oplossing is simpel: wacht langer.
Wacht tot je de grond echt voelt aankomen. Voel de 'ground effect'. De grond 'duwt' je omhoog. Gebruik dat.
Wacht tot je op 1 meter zit, en dan pas beginnen. 2.
De te late flare
Je raakt de grond met 20 km/u en je maakt een 'parachute landing fall' (PLF). Je rolt over je schouder. Dit is pijnlijk en gevaarlijk. De oplossing: wees proactief.
Onderbreek je vlucht op een vaste hoogte. Zeg tegen jezelf: "Op 2 meter begin ik." En doe het dan ook. Geen twijfel.
3. De 'bicep curl' flare
Je trekt je armen in en laat ze weer zakken.
Je gebruikt alleen je armen, niet je lichaamsgewicht. De wing remt, maar jij blijft doorgaan. De oplossing: zak door je knieën op het moment dat je trekt.
Laat je gewicht zakken. De beweging is 'trekken en zakken' in één. 4.
De 'doortrekker'
Je trekt door tot je handen op je schouders rusten.
Je trekt de wing zo ver naar beneden dat hij geen lift meer heeft en achter je valt. De oplossing: leer stoppen.
Je handen gaan van boven naar je heupen. Daar stopt de beweging. Gebruik je heupen als stopteken.
Checklist: Heb je het goed gedaan?
Na elke landing (goed of slecht) loop je deze checklist mentaal af. Dit is je evaluatie.
Doe dit meteen, voordat je de motor uit doet. Een perfecte flare is een kwestie van herhaling. Het is een dans met de wind en de zwaartekracht.
- Voelde de landing zacht? Of voelde je een klap? Een zachte landing betekent dat je timing goed was.
- Stond je rechtop? Of rolde je? Rechtop staan is het doel.
- Is de wing boven je gebleven? Of moest je hem vangen? Een goede flare houdt de wing boven je hoofd.
- Was je snelheid nul? Kwam je tot stilstand of moest je nog een stukje rennen? Je wil uitkomen op 0 km/u.
- Hoe voelde je lijnen? Zacht of strak? Een soepele flare voelt ontspannen.
De eerste keer voelt het onmogelijk. Na tien keer voelt het logisch.
Na vijftig keer voelt het als tweede natuur. Blijf oefenen, blijf voelen en blijf analyseren. Zorg dat je de volgende keer dat je landt, precies weet wat je doet. Veilige vluchten!