Inrijden van een nieuwe paramotor motor: Het break-in schema

W
Willem van Dijk
Gecertificeerd paramotor instructeur en piloot
Silo 2: Motoren, Frames & Merken · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Een nieuwe paramotor motor. Het is een heerlijk moment. Je staat te trappelen om de lucht in te gaan, de geur van verse olie en metaal hangt nog in de lucht.

Maar voordat je het luchtruim kiest, is er één cruciale stap die het verschil kan maken tussen jarenlang probleemloos vliegen en een vroegtijdig motorisch einde: het inrijden.

Ofwel, het break-in schema. Dit is het moment dat je motor letterlijk zijn eigen loopbanen slijt.

De zuigerringen passen zich aan de cilinderwand aan, de kleppen zetten zich, de tandwielen in de gearbox vinden hun plek. Hoe je dit eerste uur aanpakt, bepaalt de toekomstige compressie, het olieverbruik en de algehele gezondheid van je blok. Zie het niet als een saaie verplichting, maar als het begin van een goede vriendschap met je motor.

Waarom is dat inrijden zo belangrijk?

Stel je een gloednieuwe motor voor. Alles is superstrak geproduceerd.

De zuigerringen zijn net iets smaller dan de cilinderwand, de klepzittingen zijn pas net geslepen. Als je nu meteen vol gas geeft, forceer je alles. De zuigerringen slijten niet netjes in, maar kunnen inslaan of breken.

De kleppen kunnen niet op tijd uitzetten en verbranden. Kortom, chaos in een klein blok.

Bij een paramotor motor gaat het nog eens extra op. Deze motoren draaien op hoge toeren en leveren een constante, hoge belasting. Ze staan niet stil in de file of draaien rustig op de snelweg.

Ze moeten het direct perfect doen. Een zorgvuldige inrijperiode zorgt voor een stabiele motor die minder snel olie verbruikt en meer vermogen levert op de lange termijn.

Je investering van €3000 tot €6000 verdient dit. Een motor die goed is ingereden, voelt rustiger aan.

Het trillingsniveau verlaagt, het geluid wordt mooier. Je merkt het meteen. Het is alsof de motor na die eerste uren tot rust komt en zijn plek vindt. Je voorkomt dure reparaties en teleurstellingen aan de start van je vliegseizoen.

Het break-in schema: de eerste uren

Het klassieke break-in schema voor een tweetakt paramotor motor (zoals een Moster 185, Vortex of een PAP) is gebaseerd op een mix van variërende belasting en korte sessies. Je bouwt het langzaam op. We spreken hier over de eerste 5 tot 10 vlieguren.

Daarna mag de motor voluit. Uur 1: De babysessie. De eerste vlucht duurt maximaal 20 minuten.

Je start de motor, laat hem even warmlopen op lage toeren (niet stationair laten draaien, maar zachtjes vooruit bewegen op de grond). In de lucht blijf je laag en vermijd je hoge toeren.

Houd het motortal onder de 5500 toeren. Vlieg rustig, laat de motor afwisselend wat harder en wat zachter draaien, maar nooit volgas. Uur 2 tot 5: Opbouwen. De vluchten mogen langer duren, tot een half uur.

Je mag het toerental langzaam opvoeren. Ga naar 6000-6500 toeren. Blijf variëren.

Doe een paar minuten rustig vliegen, dan een stukje gas erop, dan weer terug. Dit helpt de zuigerringen om een goede afdichting te vormen tegen de cilinderwand. De hitte die je opbouwt en weer afneemt, zorgt voor materiaalverslapping en -samentrekking wat het inrijfproces bevordert. Uur 6 tot 10: De limiet opzoeken. Nu mag je bijna vol gas.

Je kunt korte sprints doen van 30 seconden tot 1 minuut op vol vermogen (rond de 7200-7500 toeren, afhankelijk van je motor), gevolgd door een langere periode van rustig vliegen. Laat de motor nooit langdurig op maximale toeren draaien. Wissel het af.

De gouden regel: variatie is key. Zorg dat je motor alle toerengebieden gezien heeft, maar nooit te lang op het uiterste.

Zo kunnen de kleppen en de zuigerringen wennen aan de maximale belasting zonder oververhit te raken.

Na ongeveer 10 uur is het inrijden gedaan. Je motor is nu 'los'. Je merkt dat hij soepeler draait en meer power heeft. Vanaf nu kun je vol vertrouwen vol gas geven.

Essentiële handelingen tijdens het inrijden

Het draait niet alleen om vliegen. Tussen de vluchten door geef je je motor de aandacht die hij nodig heeft.

Dit is net zo belangrijk als het vliegprofiel zelf. De olie. De eerste motorolie moet op tijd worden ververst. Na de eerste 5 tot 10 vlieguren (of 10 uur draaien) zit de olie vol metaaldeeltjes.

Dat zijn slijtageproducten van het inrijden. Wacht niet te lang.

Ververs de olie direct na het inrijden. Gebruik de juiste olie die de fabrikant voorschrijft. Denk aan motoren van PAP, Bailey of Vortex.

Elke motor heeft zijn eigen voorkeur. Check dit in de handleiding.

Controle van de bouten en moeren. Een nieuwe motor zet uit. Metaal rekt en krimpt.

De eerste uren kunnen bouten losser raken. Controleer na elke vlucht of de motorsteunen, de gearboxbouten en de cilinderkopbouten nog strak zitten. Een losse motorsteun is levensgevaarlijk. Een kwartier na je vlucht even checken met een momentsleutel.

Geen kracht, maar beleid. De brandstofmenging. Zorg dat je mengsmering exact klopt.

Een nieuwe motor heeft een perfecte smering nodig. Te weinig olie betekent vastlopen. Te veel olie betekent verkoken en vonkproblemen.

Gebruik een betrouwbare brandstofkannensysteem of weeg de olie precies af. Bij een 5% menging (1:20) is dat 50 ml olie op 1 liter benzine. Wees secuur.

Luchtfilter en carburator. Controleer of je luchtfilter schoon is. Een nieuwe motor zuigt veel lucht. Stof en zand zijn dodelijk.

Stel je carburator af volgens de handleiding. Een te arme menging (veel te weinig olie) is dodelijk voor een nieuwe motor.

Een te rijke menging draait misschien iets minder zuinig, maar is veiliger tijdens het inrijden.

Specifieke aandacht voor jouw type motor

Niet elke paramotor motor is hetzelfde. Er zijn verschillen in hoe ze het inrijden het beste doormaken.

We zetten een paar populaire opties op een rij. De PAP (Petroleum Aeronautique Privée) modellen. Deze Franse klassiekers staan bekend om hun robuustheid. Een PAP 80 of 125 is een kanjer.

Ze zijn relatief eenvoudig en vereisen een klassieke aanpak. Houd je aan de 5-10 uur regel.

De PAP motoren zijn gevoelig voor een juiste klepspeling. Controleer dit na de eerste 10 uur. Ze zijn te koop vanaf ongeveer €2500 voor een basis model. De Moster 185. De Italiaanse krachtpatser.

Dit is een motor die vanaf het begin veel power geeft. De Moster is een 100cc motor en draait vaak al iets hoger in de toeren.

Bij de Moster is het cruciaal om de eerste uren het vermogen niet te langdurig te vragen. De nokkenas en de kleppen lopen onder hoge druk. Houd je aan de 6500 toeren limiet voor de eerste uren.

De prijs ligt rond de €3800 - €4200. De Vortex 2. De opvolger van de Vortex 1, een motor met een bijzonder ontwerp.

De Vortex loopt zeer soepel en heeft weinig trillingen. Ook hier geldt: de eerste 5 uur geen hoge toeren langdurig. De Vortex is een stukje techniek dat precisie vraagt.

Een Vortex is vaak te koop vanaf €4500. De Top 80.

Een lichte, zeer betrouwbare motor. Veel instructeurs gebruiken 'm.

De Top 80 is wat toerentalliger. De inrijperiode is vergelijkbaar, maar vanwege het lagere vermogen voelt het iets minder heftig. Blijf wel variëren. Een Top 80 motorset kost rond de €3200.

Veelgemaakte fouten en praktische tips

Er zijn een paar valkuilen waar beginnende piloten intrappen. De grootste is ongeduld.

Je wilt te snel. Je wilt die ene hoge vlucht maken. Doe het niet. De motor is er nog niet klaar voor. Een andere fout is het vergeten van de warming-up.

Start je motor en laat hem een minuutje warmdraaien op lage toeren. Zorg dat de olie op temperatuur is en goed circuleert.

Spring niet direct vol gas. Dat is dodelijk voor je motor.

Gebruik een break-in olie. Sommige piloten zweeren bij een speciale 'break-in' olie voor de eerste uren. Dit is een olie met een andere viscositeit die beter zou werken voor het slijpen. De meningen zijn verdeeld, maar een goede kwaliteit synthetische olie (zoals Motul 5100 of een specifieke motorolie van de fabrikant) is prima.

Ververs in ieder geval na de eerste 5 uur. Het geluid. Luister naar je motor.

Een motor die goed loopt, klinkt rustig en consistent. Een motor die stottert, schokt of een vreemd geluid maakt, moet direct aan de grond. Zet hem uit en check.

Vertrouw op je oren. Ze zijn je beste instrument na je ogen.

De temperatuur. Houd de motor temperatuur in de gaten. Gebruik een motor meter met een temperatuursensor.

De meeste motoren draaien het beste tussen de 60 en 90 graden Celsius.

Te koud is niet goed, te heet is dodelijk. Zorg dat de koelribben schoon zijn en de luchtstroom onbelemmerd is. Na het inrijden is je motor klaar voor de wereld. Je hebt de basis gelegd voor jarenlang vliegplezier.

Je kent je motor nu. Je weet hoe hij reageert, hoe hij klinkt en wat hij nodig heeft.

Dus, pak je helm, check je lijnen en geniet van elke seconde.

Je hebt het verdiend.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Silo 2: Motoren, Frames & Merken
Ga naar overzicht →
W
Over Willem van Dijk

Willem is een ervaren paramotor piloot met passie voor lesgeven en avontuur.